Interview met beeldend kunstenaar Lineke Hansma- Imthorn op 7 mei 2018 in haar atelier in Leeuwarden. Het interview vond plaats na afloop van haar residence bij kunstenaarsinitiatief id11 te Rutten en werd afgenomen door Bernadette van Woensel.


Hallo Lineke. Hoe vond je je verblijf bij Id11?
Heel goed. Ik heb een hele fijne week gehad. Ik heb goed en gefocust kunnen werken. Mede dankzij Paul en Rolina voelde ik me daar gelijk op mijn plek. Ik had een keuze uit verschillende ruimtes waar ik aan het werk kon. Het is de deel geworden, die sprak me het meest aan. Ik kreeg daar gelijk associaties. Ik houd ervan om op locatie te werken.

Wat heb je gemaakt?
Ik heb een installatie/assemblage gemaakt. Ik breng verschillende materialen samen en maak er weer een geheel van door combinaties te maken. Ieder afzonderlijk object kan ook weer een installatie op zichzelf zijn.

Ben je er tevreden over?
Jawel, ik ben blij met mijn werk ondanks dat één object – dat van stof – zich buiten het geheel bleef plaatsen. Achteraf ben ik daar nog wel over aan het nadenken. Ik had het er ook uit kunnen halen. Vaak is die keuze wel duidelijk. Hier kon ik die niet maken. Sommige dingen zijn meteen oké en andere een eindeloze worsteling.

Waar laat je je door inspireren?
Door de ruimte en door het materiaal. Ik maak vooraf wel een selectie in het materiaal. Ik ben altijd heel blij als ik op locatie wat vind. Dat zijn vaak de sterkste elementen in mijn werk. Bij Id11 hebben ze prachtige schuren, fantastisch! Ik vond daar de lichtbak en de koker die ik heb gebruikt.

Het toeval, dus hoe het materiaal zich gedraagt is belangrijk. Ik grijp daar dan vervolgens weer op in. Maar mijn werk mag geen decoratie zijn, niet te letterlijk worden. Het maken van veel foto’s tussendoor-dan heb ik een focus via een lens- , helpt me om dat te voorkomen. Zo wie zo geeft fotografie me verassende inzichten om weer grip op de ruimte en het werk te krijgen

Je zegt dat het in je werk gaat om de relatie tussen de objecten onderling in het werk én de relatie tussen het werk en de ruimte waar het zich bevindt. Waarom is het voor jou belangrijk dat de ruimte en werk op elkaar betrokken zijn?
Laat ik zo beginnen: wat ik ook altijd wel belangrijk vind is dat mensen zich in mijn werk begeven. Ik weet niet of het bij Id11 echt zo was dat de mensen zich op die manier onderdeel van het werk voelden. Maar als je dat wil dan moet die ruimte erbij. Anders wordt het een scheiding, een raar losgekoppeld verhaal (wat ook mag, maar dan klopt het voor mij niet meer zo). Ik maak ook gebruik van dingen/aspecten van de ruimte om mijn werk op te bouwen. Ik zoek altijd naar waar haakjes en gaten zijn. Bij Id11 op de deel waren de ijzeren trap en het hekwerk bovenin een startpunt. Of een lijn tape die gezet wordt. Zo betrek ik de ruimte erbij.

De ruimte was er al en is ook ontworpen door iemand. Wordt het dan geen gesamtkunstwerk?
Ja, zo heb ik er nog nooit naar gekeken. Interessant punt. Doordat ik de ruimte bij mijn werk betrek ontstaat er een heel andere sfeer in die ruimte. Maar het is niet zo dat ik de ruimte wil opknappen. Door gebruik te maken van de ruimte geef ik een extra dimensie aan mijn werk.

Toch doet het werk ook wat met de ruimte. Wat heeft het werk gedaan met de ruimte bij Id11?
Zit ik toch weer met ‘het heeft de ruimte opgeknapt’. Maar nee, door het werk hebben sommige onderdelen van de ruimte nadruk gekregen. De tape op de vloer deed dat voor mij het duidelijkst. De belijning van de schuurdeuren werd er door benadrukt. En onder die trap werd het een soort schuilplaatsje. De tape op die trap benadrukte de lichtlijnen die de traptreden projecteerden op de vloer eronder. Er zit ook speelsheid in de ruimte door zo’n gek lijmklemmetje dat ik uit die kisten vandaan liet komen. Door het felle kleurtje deed het toch wel zijn werk vond ik. De tape op de dakspanten heb ik meteen in het begin al aangebracht. Ik ben daar dan later op door gegaan. Door die tape wordt je blik omhoog getrokken.

Tijdens het opbouwen van het werk heb ik de eerste dagen vanaf achter de ruimte in gekeken. Vanuit die invalshoek- de schuurdeuren- zou het publiek toegang tot het werk krijgen. Maar door het weer konden die schuurdeuren niet open blijven staan en kwam men binnen door deuren links en rechts van het werk. Hierdoor had je geen zicht op het werk als geheel. Ik moet tijdig op ieder aspect letten.

Waarom gebruikte je ballonnen in de installatie met de kast?
Het zwarte stuk-loper materiaal in de kastinstallatie brengt een dynamiek tot stand die ik met de grijze ballonnen weer tot stilstand bracht. Ondanks de associatie van licht en lucht die mensen met ballonnen hebben, had het dat effect voor mij.

Je hebt een formele benadering van je kunst. In die benadering ziet men als het wezenlijke van kunst de pure vorm en autonomie van het kunstwerk. Het kunstwerk wordt dus onafhankelijk beschouwd van de ruimte waarin het zich bevindt. Wat betekent het formele nu eigenlijk voor jou?
Omdat ik er zo’n complexe toestand van maak betekent dat formele voor mij dat ik heel goed blijf kijken naar hoe kleuren met elkaar gaan, hoe de lijnen en vormen dat doen en hoe de compositie in elkaar zit.

Maar omdat je de ruimte erbij betrekt is je werk toch niet autonoom meer te noemen maar contextueel?
Ja, dat is een lastig punt voor mij en het klopt niet wat ik zeg. Ik zou dat toch nog beter uit moeten denken. Mijn fotografie is wel autonoom want daar wordt een object of installatie alleen als foto geëxposeerd en dat is onafhankelijk van de locatie.

Je zegt dat je met je werk nieuwe beelden en betekenissen creëert. Wat bedoel je met het creëren van nieuwe betekenissen? Waarom is dat belangrijk? Krijgt de ruimte ook een nieuwe betekenis?
Het materiaal dat ik gebruikt haal ik uit zijn oorspronkelijke functie. Daardoor ontstaat een nieuwe betekenis. De bal die ik boven in de deel bij Id11 heb gebruikt bind ik vast. Is het dan nog een bal? Of is die bal dan alleen een ronde vorm geworden met een streep eroverheen? En wat zegt dat eigenlijk over een nieuwe betekenis? Je verwacht van een bal dat hij stuitert en rolt. Dat haal ik eruit als ik hem vastzet. Ik vraag me nu inderdaad af of het zo belangrijk is om te benoemen dat dingen in mijn werk een nieuwe betekenis krijgen. Het is zichtbaar en is dat voldoende? Voor mij is het eigenlijk niet zo belangrijk om te benoemen denk ik. Dan zou het hooguit een aanwijzing voor de kijker zijn en dat is misschien weer te sturend. Er vindt wel een soort oplichting van het materiaal plaats. Eerst was het nuttig, bv de lijmklem, en in mijn werk verliest het dat nut en wordt het een soort grappig.

Je werk komt op mij over als geometrie, misschien zelfs fysica. Waar zit voor jou de ziel van de kunst?
Voor mij zit de ziel van de kunst in de energie van het maken van het werk. Ik denk dat dat in mijn werk wel zichtbaar en voelbaar is. Ik meet en reken niets uit. Het werk komt behoorlijk intuïtief tot stand. Inhoud is denk ik wel ondergeschikt voor mij. Ik speel een soort spel. Ik voel me dan ook super blij als ik aan het werk ben. Maar het moet op het einde wel kloppen. Het blijft dus wel binnen de regels. Die hang ik op aan de formele aspecten.

Wat voor reactie wil je dat het publiek op je werk geeft?
Dat, zonder lichtzinnig te zijn, mensen er blij van worden. Dat mijn werk een positief gevoel geeft en dat je kunt associëren. Als je je niet kunt verhouden tot mijn werk dan ben je gauw weg. Maar mensen die kunnen blijven kijken zijn vaak verbaasd. Mijn werk vraagt veel van de kijker, dat weet ik. Ik ben tot de ontdekking gekomen -en dat kun je ook aan mijn collages zien-waarom moet er zoveel op? Het is steeds een terugkerende vraag aan mezelf.

Ben je bang dat je niet compleet genoeg bent?
Misschien. Eén ding kan ook veel doen in een ruimte. Maar dat is niet voldoende voor mij. Ik maak het complex en zoek er naar hoe het een het ander kan dienen. Het ene object zal wel minder sterk zijn dan het andere. Het is het spel van chaos naar orde. Ook met de kleuren is het een hele zoektocht. Wat dat betreft is mijn werk bijId11 wel al veel rustiger geworden.

Je kunst bevindt zich op de grens van speels, spannend en humor. Wat zit hier voor wereldbeeld achter?
Ken je Huizinga’s Homo Ludens? Ik studeer er nog steeds op. Het wereldbeeld -als je dat een wereldbeeld mag noemen- is dat we toch nooit dat spel verliezen. Veel creativiteit en de verschillende culturen zijn ook ontstaan vanuit spel. De spelende mens is een heel fascinerend gegeven. Ik wens dat voor mezelf en ook voor andere mensen, zonder het ze op te willen leggen. Eens was ik bij een project en toen kwamen er kinderen binnen. Die gingen helemaal los met associaties en ook heel eerlijk: waarom hangt die schaar daar? En, als je dat touwtje loslaat dan gaat daar iets gebeuren. Volwassenen daarentegen kunnen misschien onzeker van mijn werk worden. Ze zien geen duidelijk verhaal, hebben geen associaties. Maar in wezen zijn we spelend. Dat raken we soms kwijt. Wat zou het fijn zijn als we dat weer terug zouden kunnen vinden. Ik gun het mensen. Dus als je vraagt naar een idee achter mijn kunst en wat ik met mijn werk wil laten zien, dan is het daar dat toch wel een beetje een pleidooi voor.

Is kunst een fulltime baan voor je?
Ik heb nu nog een baan bij een dagbesteding voor mensen met Korsakov en mensen met psychiatrische problemen. Dat vraagt ook een hoop creativiteit en energie om mee aan de slag te gaan. Aan mijn kunst besteed ik minimaal 2 keer per week tijd maar wil daar in de toekomst meer tijd voor vrijmaken.

Het tijdelijke karakter van mijn werk maakt dat het commercieel niet interessant is. Het vinden van een locatie is ook niet makkelijk. Ik moet contacten leggen. In een openbare ruimte die iets zou willen, maar ik denk dat de tijdsgeest er nu niet naar is. Ik stel me meer iets voor van een assemblage op een muur. Maar buiten heb ik nog nooit gewerkt. Ook niet helemaal waar bedenk ik. Want ik heb al eens met een collega kunstenaar een performance buiten uitgevoerd

Hoe zie je de ontwikkeling van je kunstenaarschap?
Ik heb een late roeping als professioneel kunstenaar. Ik was achter in de veertig toen ik naar de academie ging. Ik kwam daar binnen met tekenen en schilderen. Toen ik me daarna meer kwijt kon in de collagetechniek -wat ik overigens nog steeds heel leuk vind- zijn die collages eigenlijk uitgaanflappen in de ruimte. Dat is het werk wat ik nu maak. En het ontwikkelt zich nog steeds. Met mijn fotografie ben ik toch weer aan het werk in het platte vlak. Dat heeft ook praktische redenen omdat ik niet altijd de ruimte tot mijn beschikking heb voor installaties en toch bezig wil blijven.

In de toekomst wil ik ook werk gaan maken in de natuur. Het is onbekend terrein voor mij. De weersbestendigheid van het materiaal is dan wel een punt. Maar het bruine verpakkingstape dat ik ook toepaste op de trap bij Id11 blijkt buiten heel goed bruikbaar. Ik heb dat uitgeprobeerd tussen bomen en het weerstaat regen en wind. En door zijn neutrale kleur gaat het mee in een soort natuur in plaats van dat je er iets tegenover zet. Wellicht ga ik er een soort vorm mee neerzetten waar tussen je tapet of een ruimtelijke hoek maakt. Ik verwacht dat in de natuur mijn werk meer op zichzelf komt te staan. Ik moet dat nog gaan ontdekken.

Ik hoop dat je door mag gaan met je mooie en vooral vrolijke kunst en er zelf ook van mag blijven genieten Lineke.
Dank je wel voor het gesprek Bernadette